
Welke kosten blijven ten laste van de verkoper?
Welke kosten blijven ten laste van de verkoper?
Bij een verkoop op lijfrente waarbij u het recht behoudt om in de woning te blijven wonen blijft u als verkoper verantwoordelijk voor een aantal kosten.
Zo blijft de onroerende voorheffing in principe ten laste van de verkoper zolang hij of zij het goed blijft gebruiken. Dit is wettelijk bepaald in artikel 251 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB 92): de onroerende voorheffing wordt geheven ten laste van de eigenaar of de houder van een zakelijk recht dat het genot van het goed omvat — dus de vruchtgebruiker of de titularis van het woonrecht.
Ook de brandverzekering dient u als verkoper te behouden, hetzij via een individuele polis, hetzij via een bijdrage in de gemeenschappelijke blokpolis bij mede-eigendom.
In appartementsgebouwen blijft u als bewoner doorgaans instaan voor de lopende werkingskosten, zoals de verlichting van gemeenschappelijke delen, onderhoud van de lift, of schoonmaak van trappenhallen.
Daarnaast draagt u ook de verantwoordelijkheid voor het normaal onderhoud van het goed en kleine herstellingen die nodig zijn om de woning in degelijke staat te houden. Deze verplichting vloeit voort uit artikel 3.138 van het Burgerlijk Wetboek: de vruchtgebruiker of bewoner moet instaan voor het gebruiksklare behoud van het goed.
Als bewoner staat u dus niet meer in voor de grove herstellingswerken.
Bij Leefrente zorgen we ervoor dat alle kostenverdeling en verantwoordelijkheden helder worden vastgelegd in de notariële akte. Zo ontstaat er geen discussie achteraf — noch met de koper, noch met de syndicus.

